- Alle isolatieplaten van een isolatielaag moeten zowel horizontaal als verticaal geschrankt geplaatst worden. De naden van de isolatieplaten moeten worden afgeplakt met tape om een lichtdichte uitvoering te garanderen. Voor meer informatie wordt verwezen naar BK5 - Schranken van spouwisolatie.
- Ter bevestiging van het buitenmetselwerk is het nodig om per m² minimaal 5 spouwankers te plaatsen.
- De maximale afstand tussen twee spouwankers mag volgens NBN B25-401 niet meer bedragen dan 750 mm in horizontale richting en 300 mm in verticale richting. Daarnaast moeten de spouwankers op minimaal 10 cm van de randen van de isolatieplaten geplaatst worden.
- Meer informatie over de detaillering van spouwmuren kan teruggevonden worden in de technische voorlichting van het WTCB: TV 264 - Referentiedetails voor spouwmuren.
Randaansluiting hellend dak met spouwmuur
Plaatsing spouwisolatie
Ladderconstructie hellend dak
De ladderconstructie mag niet op het gevelmetselwerk rusten.
Soepele onderdak & tengellatten
- Het soepele onderdak moet geplaatst worden met overlapping. Deze overlapping (volgens de richting van de dakhelling) is afhaneklijk van de dakhelling. Voor meer informatie over de plaatsing van het onderdak wordt verwezen naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 240 - Pannendaken (2011).
- De tengellatten zijn bij voorkeur minstens 15 mm dik. Voor meer informatie over de plaatsing van de tengellatten wordt verwezen naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 240 - Pannendaken (2011).
Panlatten
De doorsnede van de panlatten is afhankelijk van de dakhelling en de hart-op-hartafstand tussen de kepers of spanten. Voor meer informatie over de plaatsing van de panlatten wordt verwezen naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 240 - Pannendaken (2011).
Isolatie hellend dak
- Bij het plaatsen van de dakisolatie moet erop gelet worden dat het soepele onderdak niet naar omhoog wordt geduwd.
- Daarnaast moet erop toegezien worden dat de ruimte tussen de spanten volledig is opgevuld met isolatie, zodanig dat de isolatie continu doorloopt.
Dampscherm hellend dak
- Het dampscherm moet voldoende overlapt worden. Deze overlap is productspecifiek. De naad van deze overlapping moet op een vaste ondergrond worden dichtgeplakt met tape. Voor meer informatie over de luchtdichtheid van hellende daken wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 33 en naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 250 - Luchtdichtheid van gebouwen (2015).
- Voor meer informatie over de keuze van het dampscherm van hellende daken wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 39.
Plaatsing dampscherm
- Ter hoogte van de aansluiting tussen de dakconstructie en de draagmuur, moet het dampscherm in een lus aangebracht worden. De lus voorziet de bewegingsvrijheid van het dampscherm. Voor meer informatie over de aansluiting van het dampscherm met de draagmuur wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 33.
Plaatsing regelwerk
- Op de tape, die de naad tussen twee delen van het dampscherm afplakt, wordt ter ondersteuning een regel geplaatst. Voor meer informatie over de plaatsing en het nut van een leidingspouw wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 33.
Luchtdichtheid binnenpleister
- Voor meer informatie over de luchtdichtheid en het binnenpleister wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 40 en de technische voorlichting van het WTCB: TV 255 - Luchtdichtheid van gebouwen (2015).
Plaatsing buitenafwerking dakoversteek
De buitenafwerking mag niet tegen de gevelmuur komen. Tussen de gevelmuur en de buitenafwerking van de dakoversteek moet er een opening blijven zodanig de luchtspouw kan ventileren.