Om het dakvenster te kunnen plaatsen zal er een raveelconstructie in de draagstructuur van het hellend dak moeten gemaakt worden.
Aansluiting hellend dak met dakvlakvenster
- Het soepele onderdak moet geplaatst worden met overlapping. Deze overlapping (volgens de richting van de dakhelling) is afhaneklijk van de dakhelling. Voor meer informatie over de plaatsing van het onderdak wordt verwezen naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 240 - Pannendaken (2011).
- De tengellatten zijn bij voorkeur minstens 15 mm dik. Voor meer informatie over de plaatsing van de tengellatten wordt verwezen naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 240 - Pannendaken (2011).
De doorsnede van de panlatten is afhankelijk van de dakhelling en de hart-op-hartafstand tussen de kepers of spanten. Voor meer informatie over de plaatsing van de panlatten wordt verwezen naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 240 - Pannendaken (2011).
Bij het maken van de opening in het onderdak, is het belangrijk dat het onderdak aan de zijkanten van de dakopening wordt omgeplooid tegen de (extra) voorziene panlatten.
- Het dakvlakvenster moet ATG gekeurd zijn.
- Het dakvlakvenster moet voorzien zijn van een geïsoleerde kader om de continuïteit van de isolatie te garanderen. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 44.
Deze uitvoeringsstap is productgebonden en kan dus verschillen naargelang de fabrikant van het dakvlakvenster.
Deze uitvoeringsstap is productgebonden en kan dus verschillen naargelang de fabrikant van het dakvlakvenster.
Het onderdak en de waterkerende manchet moeten in de waterafvoergoot geplooid en bevestigd worden.
De waterafvoergoot moet over de waterkerende slab onderaan het dakvlakvenster geplaatst worden. Op deze manier kan het regenwater snel afvloeien.
- Bij het plaatsen van de dakisolatie moet erop gelet worden dat het soepele onderdak niet naar omhoog wordt geduwd.
- Daarnaast moet erop toegezien worden dat de ruimte tussen de spanten volledig is opgevuld met isolatie, zodanig dat de isolatie continu doorloopt.
- Het dampscherm moet voldoende overlapt worden. Deze overlap is productspecifiek. De naad van deze overlapping moet op een vaste ondergrond worden dichtgeplakt met tape. Voor meer informatie over de luchtdichtheid van hellende daken wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 33 en naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 250 - Luchtdichtheid van gebouwen (2015).
- Voor meer informatie over de keuze van het dampscherm van hellende daken wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 39.
Bij het maken van de opening in het dampscherm moet erop gelet worden dat het dampscherm luchtdicht aangesloten wordt op het kader van het dakvlakvenster. Voor meer informatie omtrent luchtdichtheid wordt verwezen naar de technische voorlichting van het WTCB: TV 250 - Luchtdichtheid van gebouwen (2015).
- Op de tape, die de naad tussen twee delen van het dampscherm afplakt, wordt ter ondersteuning een regel geplaatst. Voor meer informatie over de plaatsing en het nut van een leidingspouw wordt verwezen naar het WTCB-contact nr. 33.